Trefdag 25 september 2025

Van harte welkom op onze TREFDAG op 25 september 2025 in het Stadhuis van Dendermonde met als thema SLACHTOFFERPERSPECTIEF!

 

Read more


Alles is relatief

Alles is relatief

Ik parkeer mijn auto vlak voor de ingang van het appartementsblok, vijftien hoog. Het befaamde Koningin Fabiolapark in Sint-Niklaas. Er is in de wijde omgeving helaas niets vorstelijk te bespeuren.

Sociale en niet zo sociale woningen, verscholen achter een verouderde grijze gevel bovenop elkaar gestapeld.

Kleine vensters keurig op een rij. Het geheel geeft een treurige aanblik.

Ik denk aan de vorige keer dat ik hier was, en de vorige keer … en de vorige keer. Ik kwam hier al vaak.

Een 19-jarig meisje, in een appartement vol rode ballonnen en rozenblaadjes, die haar gemeenschapsdienst niet wou aanvatten. Zij was mijn laatste ontmoeting.

Ik herinner me hoe ik buiten adem en met een rood hoofd bij haar kwam aankloppen, op étage negen. Ik moest ook dringend plassen. Van de spanning vermoedelijk. Sinds een aantal jaren ben ik bang in kleine ruimtes. Zo gaat mijn toiletdeur nooit op slot en zet ik geen voet in een lift. Hoewel ook een traphal soms beklemmend aanvoelt, sleur ik mezelf met mijn ondermaatse conditie steeds trede per trede naar boven.

Je begrijpt dus dat ik niet zo happig ben op een nieuw bezoek aan het Fabiolapark. Zou ik dossiers kunnen weigeren op basis van een adres? Ik voel mijn hart al in mijn keel kloppen bij het betreden van het gebouw. Op de bel lees ik dat appartement nummer 377 zich op het één na hoogste verdiep bevindt. Ik slik.

De papa van de jongeman voor wie ik hier ben, verschijnt in het deurgat en verwelkomt me hartelijk. Hij gaat me voor in de gang. Bij de lift houdt hij halt. Wanneer hij op de knop drukt om de deur te openen, spreek ik mezelf moed in. Ik ben ondertussen een jaar in therapie om van die angst af te geraken, dus ik volg hem stilletjes en positioneer me in de rechterhoek van de lift. In de lift passen amper twee mensen en een boodschappentas. Alles kraakt.

De angst luidop benoemen, helpt en verlegt de focus, zegt mijn psycholoog. Ik vertel de papa dus dat ik bang ben in de lift. In plaats van me gerust te stellen, aanhoor ik twaalf verdiepen lang verhalen over bewoners die al vast kwamen te zitten. Soms een paar minuten, soms een uur.

‘Dat is niet erg, dan een beetje wachten hé’ zegt de papa al lachend in zijn beste Nederlands. Terwijl ik mijn handen klam voel worden en mijn keel uitdroogt, concentreer ik me op het getik van de lift. Elke tik telt voor een verdiep.

Wanneer we eindelijk boven zijn, ben ik uitgeput van zoveel fysieke gewaarwordingen en bijkomende gedachten.

Ik heb duidelijk nog een lange weg te gaan.

Over het gesprek met de jongeman kan ik kort zijn. Kort, zoals de 3 luttele woorden die hij tegen me zegt.

Nee, groen, oké. Verzin er gerust zelf een context bij. Ik ben blij wanneer hij in zijn te kleine pyjama terug in de slaapkamer verdwijnt. De deur stevig op slot.

Na het huisbezoek wacht de papa me weer op aan de lift. Hij wil met me meegaan naar beneden, maar ik weiger beleefd. Ik neem de trap deze keer. De papa kijkt me meewarig aan en schudt zijn hoofd.

Wanneer ik buiten sta, denk ik na over de lift. Ik voel me opgelaten.

Ik denk na over onze twee werelden, en over hoe verschillend die zijn. De wereld van de papa en die van mij.

De papa, een Afghaanse man, gevlucht voor de oorlog. Alles en iedereen heeft hij achtergelaten.

En dan heb je mij, een Vlaamse jongedame, te bang om de lift te nemen.

Ik zie nog steeds de blik in zijn ogen. En ik snap het.

Alles is relatief.

-Aurélie, begeleider gemeenschapsdienst-

Read more